Pagina laatst bijgewerkt op: 28 Apr 2016

Het 'Scottish Diaspora Tapestry'

door Tiny Polderman

 

Inleiding.

Op 29 september borduurde de ereconservator van Veere, Neil Wallace, de laatste steek van het wandtapijt.

In 2012 is vanuit Schotland een begin gemaakt met het ontwerp van een meterslang wandtapijt, dat de geschiedenis van de Schotten 'in diaspora' moet verbeelden, of de Schotse migratie door de eeuwen heen. Op diverse plaatsen ter wereld waren gedurende enkele jaren vrijwilligers bezig met het borduren van de verschillende delen, de 'panels'. Veere kreeg er zes toebedeeld. Het initiatief was genomen door Dr. Gordon Wills, Baron of Prestongrange uit het Schotse Prestonpans. Museum De Schotse Huizen en de Stichting Veere-Schotland verleenden hieraan medewerking, samen met vele vrijwilligers voor het borduurwerk. De ontwerper van het tapijt is Andrew Crummy.
Op 29 september borduurde de ereconservator van Veere, Neil Wallace, de laatste steek van het wandtapijt. De Veerse delen zijn in Schotland samengevoegd met de panelen uit de overige 25 landen. Het tapestry as voor het eerst in zijn geheel te zien op de zgn. 'Gathering of the clans' die in 2014 in Schotland is gehouden; dat is een vijfjaarlijkse reünie (de ‘Homecoming celebrations’), die Schotten uit alle windstreken de gelegenheid biedt elkaar in een feestelijke ambiance te ontmoeten en bij te praten.
Daarna ging het tapijt reizen over alle deelnemende landen. Veere was de eerste locatie waar het tapestry in zijn geheel werd tentoongesteld. De hele zomer van 2015 stond in het teken van de historische betrekkingen tussen Veere en Schotland. Tijdens de expositie van het tapestry vonden namelijk diverse activiteiten plaats: een ‘diaspora-concert’ door Brian McNeill, presentaties door Ewan McVicar, poppentheatervoorstellingen, een middeleeuws re-enactment evenement met een presentatie aan het volk van heer Wolfert van Borsele en zijn Schotse vrouw Mary Stuart, e.a.
Alle info over het tapijt is nog steeds te vinden op www.scottishdiasporatapestry.org.

een klein deel van het Scottish Diaspora Tapestry in de Schotse Huizen.
impressie van het 15de-eeuwse middeleeuwse kampement.
scène uit ‘Waar is mijn die-da-doedelzak’ van poppentheater Koos Kneus.

Veere en het tapestry.

Waarom deed de stad Veere mee aan dit ‘Scottish Diaspora Tapestry’? Al meer dan 700 jaar is er een relatie tussen Veere en Schotland. De ligging aan zee en aan de monding van de Schelde was voor de ontwikkeling van de handel in Veere erg belangrijk. Vanaf de 13de eeuw deden Veerse vissers Schotse havenplaatsen aan. Sommige schippers werden zo rijk met deze handel, dat ze in de Walcherse steden handelskantoren oprichtten. Vanaf 1400 is sprake van Schotse handelaren die hun goederen in Zeeland afzetten. Graag wilden de middeleeuwse stadsbestuurders dat hun stad de enige opslagplaats van bepaalde koopwaren zou worden. Zo’n stad noemde men dan de Stapel. Veere kreeg in 1541 daadwerkelijk dat stapelrecht. Hieronder volgt een toelichting bij de ontwerpen.

 

Paneel 1. ‘Princes Mary’.

Centrale figuren: Wolfert VI van Borsele, heer van Veere en Mary Stuart, dochter van koning James I van Schotland; getrouwd in 1444. Van de Schotse koning kreeg het bruidspaar de rechten op het graafschap Buchan, boven Aberdeen, cadeau. Dit huwelijk betekende een grote impuls voor de Schots-Veerse betrekkingen. In de vaandels op de achtergond: Veere, Sandenburgh (dit kasteel was de residentie van de Heren van Veere), Bruges (Veere volgde Brugge op als stapelplaats).
R.b.: wapen van Veere
L.b.: Midden 15de eeuw kreeg een neef van Wolfert, Paulus van Borsele, de rechten over het graafschap Lauderdale in de Schotse Borders. In de Wijngaardstraat stond een stenen huis dat hij Laterdale noemde.

Op diverse panelen worden de namen opgesomd van de toenmalige Schotse koopsteden, in de spelling van die tijd. De koopsteden, verenigd in de Convention of Royal Burghs, waren verplicht hun –met name genoemde– handel via Veere te laten verlopen.
Royal Burghs op dit paneel: Pettinweem (Pittenweem), Dunfermling (Dunfermline), Bruntyland (Burntisland), Arbroth (Arbroath), Elgin, Carraill (Crail), Kinghorn, Innerness (Inverness), Brechin, Kirkaldy (Kirkcaldy).

In de hoeken van sommige panelen komen ‘tags’ voor, d.w.z. de ‘handtekeningen’ van de borduursters.

 

 

Paneel 2. ‘Special privileges’.

Centraal thema: de cisterne. In het Stapelcontract (staple contract) van 1541 was sprake van de aanleg van een waterput ten behoeve van de ‘cooplieden’. In 1543 werd er een zeer geavanceerd, grotendeels ondergronds, waterreservoir aangelegd. De put werd gebruikte door de Schotse wolhandelaren. In 1551 werd deze van een overkapping voorzien, een achthoekig natuurstenen gebouwtje voorzien van tudorbogen.
In 1550 waren van de ca. 3500 Veerse inwoners zo’n 400 van Schotse origine. De Schotten genoten ‘special privileges’; zo hoefden zij geen belasting op hun wijn en bier te betalen (no tax for wine and beer). Daarnaast mochten ze onder hun eigen rechtsregels leven (judges) en hun eigen godsdienst uitoefenen. Functionarissen als chirurgijn en conciërge van het Schotse Huis (doctor, innkeeper) werden door de conservator benoemd (zie ook paneel 4).
Rechtermarge: koopman met de exportproducten uit de Nederlanden: linen (linnen) en pan tiles (dakpannen; deze werden m.n. vervoerd als ballast op de terugreis).
Linkermarge: koopman met de importproducten uit Schotland: wol, boter, steenkool, zalm, huiden, leer (wool, salmon, butter, leather, coal, hides).
Onder: gevelsteen van Het Lammetje, samen met De Struys in 1539 gebouwd door de Schotse koopman Joos Oliviers. Andere Veerse huisnamen die herinneren aan de Schotse handel: Aberdaam, Domfris, Kasteel van Edinburg, Wolsack. Een deel van de kade, tussen de brug en de Markt, was gereserveerd voor de schepen uit Schotland en heette dan ook Schotse kaai.
R.o.: veel huizen aan de Schotse oostkust hebben Hollands aandoende trapgevels en zijn gedekt met Hollandse dakpannen.

 

 

Paneel 3. ‘Scots House’.

In de vijftiende eeuw gingen de zaken goed. Veel Schotten lieten fraaie huizen aan de Kaai en de Markt bouwen; veel huisnamen herinneren nog aan deze welvarende tijd (zie paneel 2). Tegenwoordig staan zowel Het Lammeken als De Struys bekend onder de naam ‘De Schotse Huizen’. In feite was alleen De Struys het ‘Schotse Huis’, toen het in 1764 door de stad Veere aan de Conservator van de Schotse Privileges in gebruik werd gegeven, als het officiële House of the Scottish Nation. Tussen 1614 en 1764 stond het Schotse natiehuis in de Wijngaardstraat.
Linkermarge: fuselier uit het regiment nr. 22 der Houston Schotten, in Staatse dienst tussen 1779 en 1782, gelegerd in Veere. Militairen waren in Veere ondergebracht in verspreid binnen de stad liggende kazernes.
R.o.: muuranker van Het Lammetje, waarin een distel is verwerkt, de nationale plant van Schotland.
L.o.: wederom een afbeelding van een lam, een verwijzing naar het belangrijkste importproduct, de Schotse wol.
Royal Burghs: Aberdeine (Aberdeen), Dundie (Dundee), Irwing (Irvine), Linlithgow, Sterling (Stirling), Ayr, Kirkcaldy, Glasgow, Hadingtoun (Haddington), Dumfries, Edinburgh, Iedburgh (Jedburgh).

 

 

Paneel 4. ‘Conservator’.

De controle op de naleving van alle voorrechten werd door de Schotse steden toevertrouwd aan een Conservator van de Schotse Privileges in de Nederlanden. De conservator, een soort consul dus, stond aan het hoofd van de Schotse gemeenschap; hij bestuurde die samen met een ‘deputy’. In de Franse tijd werden de Schotse privileges opgeheven en in 1799 kwam er een definitief eind aan de Schotse handel. Langzamerhand verliet de Schotse gemeenschap Veere.
Midden: de erepenning van de Conservator of Scottish Privileges in the Low Countries, met de Latijnse tekst Nemo me impune lacesset (moet zijn: lacessit). Dit is het motto dat eigenlijk bij de Orde van de Distel hoort, de hoogste onderscheiding in Schotland. De betekenis: ‘niemand raakt mij ongestraft’, kan zowel op de drager als op de distel slaan.
Een van de bewoners van Het Lammetje was Thomas Cunningham, een koopman die veel rijkdom vergaarde met het verschepen van duizenden musketten van Veere naar Schotland. Deze wapens waren bestemd voor Schotten die in de Engelse Burgeroorlog (1642-1649) in opstand waren gekomen, omdat de koning hen een andere kerkorganisatie wilde opleggen. Zijn trouw aan Schotland bleek ook uit een door hem ontworpen ‘Thrissels Banner’: een vlag met een gedicht waarin hij zijn gal spuwt over de Engelsen.
Linkermarge: George Gordon 1541, de eerste conservator.
Rechtermarge: Sir James Crauford 1799, de laatste conservator.
L.B.: De Iure Regni Apud Scotos 1579 (‘A Dialogue concerning the Rights of the Crown in Scotland’), geschreven in ballingschap door de Schotse historicus en humanist George Buchanan. Deze publicatie was een aanklacht tegen het koningschap, en was daarom in Schotland en Engeland verboden. Het werk werd gedrukt in de Nederlanden en via de Schotse stapel naar Schotland gesmokkeld.
R.B.: The bullet 1663. (?)
R.O.: St. Andrews. In het stadhuis van Veere hangt een schilderij waarop alle schepen staan afgebeeld die in het jaar 1651 de haven van Veere aandeden. Eén schip voert een rode oorlogsvlag met in de hoek de Schotse ‘saltyre’-vlag. Op enkele luiken is het schild van Saint Andrew te zien. Saint Andrew (Andreus) is de nationale heilige van Schotland. Volgens een bijbehorende lijst zou dit het schip ‘Seelandia’ moeten zijn. Het gaat hier echter om het Schotse oorlogsschip Saint Andrews, dat in 1651 van Lissabon op weg was naar Groot-Brittannië. Op deze reis heeft het ook de rede van Veere aangedaan. In het oud-Nederlandse handschrift is ‘St Andrews’ waarschijnlijk voor ‘Seelandia’ aangezien.
Royal Burghs: Kirkudbright (Kirkcudbright), Wigtoun (Wigtown), Dumbarton, Renfrew, Lanerik (Lanark), Pebils (Peebles), Selkirk, Dumbar (Dunbar), Whithorn, Rothsay (Rothesay), Ruthglen (Rutherglen), Lawder (Lauder).

 

 

Paneel 5. ‘Kirk’.

Voor het inzegenen van huwelijken, het dopen van kinderen en het begraven van doden beschikte de Schotse gemeenschap over een eigen kerk en kerkhof.
De Schotse kerk was verbonden aan de synode in Edinburgh en werd in 1613 de eerste Schotse protestantse kirk op het vasteland van Europa. De diensten werden gehouden in de noordelijke beuk van het van de Grote kerk afgescheiden hallenkoor. Linkermarge: rev. Alexander McDuff 1614, de eerste predikant.
Rechtermarge: in 1799 werd de Schotse kerkgemeenschap opgeheven. De laatste dominee, rev. Lickly liet ter afsluiting in de emotionele afscheidsdienst o.m. Psalm 122:2-3 zingen, ‘met groote aandoening door hem en zijn gemeente’.
Beide predikanten zijn afgebeeld op de preekstoel van de Schotse kerk. In 1837 werd deze verkocht aan de hervormde kerk van Westkapelle. In 1686 had de preekstoel de grote brand van de Grote kerk overleefd, maar hij ging alsnog verloren tijdens branden na de bombardementen op Westkapelle van 1944.
Bovenmarge: In 1620 gaf de kerkgemeenschap opdracht aan Isak de Cliever, zilversmid te Middelburg, vier gegraveerde avondmaalsbekers te maken. De bekers zijn gemaakt van zilver en zijn ongeveer 16 cm hoog, hebben ingegraveerde ringen en versierde banden en dragen het jaartal 1620.
Centraal motief: de bodem ervan, met het opschrift: Brotherlie Love is Good and Pleasant (Psalm 133), met daarbij een pijlenbundel die door een band bijeen wordt gehouden. In vierkant kader met weergave van de graveringen.
R.o.: Michael Burgerhuis, Middelburgh, Nethergate. Volgens de overlevering zouden er in 1621 drie klokken gegoten zijn ‘at Campvere in Zeeland’. Twee waren bestemd voor de St. Giles’ kerk in Edinburgh en een derde voor de klokkentoren van de Netherbow poort. De inscriptie van één klok die tegenwoordig in de Dean Gallery (Scottish Storytelling Center) te Edinburgh hangt, toont aan dat de klok niet in Veere, maar in Middelburg is gegoten, door Michael Burgerhuis.
Royal Burghs: Annan, Lochmaban (Lochmaben), Sancher (Sanquhar), Galloway, Queensferry, Perth, Saint Andros (Saint Andrews), Dysert (Dysart), Montrose, Cowpar (Cupar), Anstuther Easter (Anstruther), North Berwick, St. Ilhonstoun (Johnstone).

 

Paneel 6. ‘Infatuate’.

De operatie ‘Infatuate’ (1-8 november 1944) betrof de bevrijding van het door de Duitsers bezette Walcheren, een beslissende fase in de strijd om de Scheldemonding, de toegang tot Antwerpen. Bij de Slag om Walcheren waren troepen van Britse, Franse, Canadese, Nederlandse, Belgische en Noorse nationaliteit betrokken. Op 11 oktober 1944 (11th October 1944) werden eerst de dijken rondom Walcheren vanuit geallieerde vliegtuigen gebombardeerd, teneinde het eiland onder water te zetten. Daarnaast vonden hevige gevechten plaats. Veere werd op 7 november 1944 (7th November) bevrijd door Schotse troepen, m.n. die van de 156de Infantry ‘Mountain’ Brigade, bestaande uit de 6de en 7de Cameronians ‘Scottish Rifles’ (o.l.v. C.F. Nason), het 5de van de HLI (Highland Light Infantry), de 1ste Glasgow Highlanders, de Royal Engineers en Royal Artillery, alle behorend tot de 52nd Lowland Division o.l.v. E. Hakewill Smith.
Nason schreef later hierover: “In the early morning (…) I looked across the flat fields of Walcheren and saw Veere with its beautiful Town Hall and Cathedral on its northern boundary. My immediate thoughts were: what a terrible crime it would be to destroy this lovely old town with its historic connections with the wool trade of Scotland and the very heavy civilian casualties which would result”. De stad overleefde de oorlog vrijwel onaangetast.
Bij de bevrijding van Walcheren waren onder anderen ook Marine Commandos, Special Service Brigades, Lowland Men, Fusiliers, Lothian Yeomen, Black Watch Canadians, Calgary Highlanders, King’s Own Scottish Borderers betrokken, ware ‘leeuwen’ van de zee dus (Lions of the sea). De capitulatie werd op 8 november in Vrouwenpolder ondertekend.
Midden: variatie op het Wapen van Zeeland. De klimmende leeuw komt ook voor op het wapen van Schotland (‘the ramping lyon’), maar in Zeeland zijn daarnaast op de onderste helft zes golvende banen afgebeeld.
R.b.: Culross in Fife, een van de koninklijke Schotse koopsteden waar Veere vriendschapsbanden mee onderhoudt. Afgebeeld is het zgn. ‘Palace’, een koopmanshuis uit 1597.
L.b.: The Holland trade.
Royal Burghs: Anstruther Wester, Banff, Forfar, Forres, Cullan (Cullen), Nairn, Innerkethen (Inverkeithing), Kilrany (Kilrenny), Thaine (Tain).

 

 

  

 

© Stichting Veere-Schotland, 2013.